Nieuws
   Laatste nieuws
   Contact
   Stakingsattesten
   Archief
   Nieuwsbrief
   Onthaalbrochures
   Sitemap


       

Solden

ACV
   Deel van een geheel
   Geschiedenis
   Lid worden

Militanten
   Antwerpen
   Berkendaal
   Beveren
   Brugge
   Dendermonde
   Gent
   Hasselt
   Hoogstraten
   Ieper
   Leuven Centraal
   Leuven Hulp
   Mechelen
   Merksplas
   Oudenaarde
   Ruiselede
   Sint-Gillis
   Tongeren
   Turnhout
   Vorst
   Wortel
   
   Hoven en Rechtbanken
   NICC
   Veiligheid vd Staat
   Veiligheidskorps

Home >> Ploeg >> Geschiedenis
Ploeg - Geschiedenis

Ontstaan

Over hoe en wanneer de christelijke vakbond in de openbare sector precies is ontstaan, zijn maar weinig gegevens over gebleven. In september 1921 is de Christelijke Centrale van de Openbare Diensten, CCOD, opgericht. Het is ook onder de naam CCOD dat onze syndicale werking sindsdien is uitgebouwd. Op het congres van 17 & 18 november 2005 heeft CCOD beslist de naam van de centrale te veranderen in ACV - Openbare Diensten.

Die beslissing is gevallen omdat:
  • we op die manier ons naar het terrein toe kunnen profileren met de algemeen gekende en sterke merknaam van het ACV
  • de naam van de organisatie en de realiteit die erachter zit, beter bij elkaar aansluiten en dus naar buiten uit herkenbaarder zijn
  • de verwarring op het terrein bij potentiële leden wordt weggenomen
Door de jaren heen is ACV - Openbare Diensten uitgebouwd tot een stevige organisatie; reeds sinds 1988 is de kaap van 100.000 leden overschreden. En we blijven groeien ! Het getuigt van belang en dynamiek in de onze werking.

Pioniers

Het syndicalisme in de openbare sector is ontstaan op het einde van vorige eeuw. Het heeft zich opgetrokken aan de evolutie in de privé-sector. Onze pioniers zitten in de sectoren verkeerswezen, spoor, PTT, justitie en bij het douane- en werkliedenpersoneel.

Tot de eeuwwisseling achtte de overheid collectief optreden vanwege het personeel (inbrengen van vragen, klachten of grieven) over de arbeidsvoorwaarden strijdig met de administratieve tucht.

In 1908 wordt de toenmalige Minister van Verkeer, Spoor en PTT, in het Parlement voor het eerst verplicht om te verklaren dat hij het syndicalisme in de openbare sector niet zou tegenwerken.

In maart 1910 voorziet het administratief reglement bij verkeerswezen (Spoor & PTT) voor het eerst de erkenning van de vakbond. Na de eerste wereldoorlog krijgt dit navolging bij het Ministerie van Justitie : voor dat departement worden gemengde adviescommissies opgericht. Nadien zouden ze uitdijen naar andere departementen.

Van de kant van de overheid poogt men in die tijd de vakbonden te kortwieken door enkel categoriale bonden (= die alleen werken voor een bepaalde groep van het personeel) te dulden.

Tussen beide wereldoorlogen schiet CCOD vooral wortel bij werklieden : trammannen, gevangenisbewaarders en gemeentewerklieden vormen de voedingsbodem.

In diezelfde periode ontstaan de ministeriële kabinetten.

Uitbouw na WOII

Verschillende ontwikkelingen liggen aan de basis van de uitbouw van het syndicalisme in de openbare sector:
  • de uitbreiding van de openbare sector (technische vondsten zoals de telefoon worden uitgebaat door de overheid; door de grotere sociale en economische rol die de overheid opneemt; door het ontstaan van diverse autonome parastatale instellingen; door de uitbouw van de sociale welvaartsstaat, met openbare ziekenhuizen, enz.)
  • grote sociale verwezenlijkingen in de privé-sector werken aanstekelijk
  • waar het handvol vastbenoemde ambtenaren de vorige eeuw een aantal specifieke voordelen kende (vastheid van benoeming, gewaarborgd maandloon, ziekteverlof, staatspensioen), dreigde het overheidspersoneel achterop te raken inzake arbeidsvoorwaarden
Het statuut "Camu" van 1937 veralgemeent een soort syndicale raden van advies in de Ministeries en paritair samengestelde raden van beroep worden ingesteld.

Het syndicaal adviesrecht wordt verder uitgebouwd, vooral door de syndicale raden van advies (besluit 20 juni 1955) in ministeries en parastatalen.

In de lokale sektor ontstaan in de grote steden enkele "good-will"-comités. Na een jarenlange juridische twisten over de toepasselijkheid van de comités VGV in die sector, weigeren de vakbonden uiteindelijk deel te nemen aan de sociale verkiezingen voor die comités. Het rijkspersoneel daarentegen kent tussen 1949 en 1959 een stelsel van sociale verkiezingen. De overheid ziet er uiteindelijk van af, vooral uit vrees van syndicaal opbod.
 

Jaren '60

Na de moeilijkheden rond de eenheidswet, nemen Georges Debunne en Theo De Walsche in november '61 initiatieven met het oog op de oprichting van een gemeenschappelijk front in de openbare sector.
In navolging van de privé-sector ontstaat vanaf 1962 een praktijk van 2-jaarlijkse onderhandelingen over sociale programmaties voor het overheidspersoneel. Die onderhandelingen op het hoogste vlak met de regering, zorgen voor gestage verbeteringen voor het personeel.

Door economische en sociale moeilijkheden konden tussen het einde der jaren '70 en 1987 (= einde wettelijke loonblokkering) geen algemene conventies worden afgesloten.

Na het stopzetten van de wettelijke loonblokkering in 1987 zijn opnieuw algemene CAO's tot stand gebracht. Het hernemen van onderhandelingen over die akkoorden verliep zeer moeizaam :
  • langs patronale kant: door de weerslag van de staatshervorming, zitten onze openbare werkgevers maar moeilijk op dezelfde golflengte; inzake personeel houden zij bitter weinig rekening met elkaar. Verbeteringen die de jongste jaren zijn doorgevoerd, kwamen er pas na krachtdadige syndicale acties, stakingen inbegrepen
  • langs syndicale kant: omdat die akkoorden niet altijd door alle vakbonden zijn ondertekend
Het belang, óók in de toekomst, van globale akkoorden spreekt voor zich. Ze zijn immers het beste middel om ervoor te zorgen dat:
  • alle personeelsleden, ongeacht van welke overheidsdienst ze afhangen, sociale vooruitgang kennen
  • er geen achtergestelde groepen zijn

Heden

Op syndicaal vlak leggen onderhandelingen over de sociale programmaties eind de jaren '60 de basis voor een nieuw syndicaal statuut. Het wordt uitgewerkt in een wet van 1974. Bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten blijft die wet nochtans dode letter tot 1984; pas vanaf dan:
  • wordt het systeem van onderhandelingen over protocollen wettelijk bekrachtigd
  • krijgt zowat de ganse overheidssector een uitgebouwd syndicaal statuut, wat vooral voor de lokale sector van belang was
  • komen er oplossingen voor juridische betwistingen over de (controle op de) toepassing van de reglementering over veiligheid en gezondheid op de werkplaats
Belangrijk is ook dat in 1980 een syndicale premie wordt ingesteld (uitbetaald met terugwerkende kracht tot 1977), die geleidelijk aan kon worden opgetrokken van 700 BEF naar 78 euro in 2005.

Pas met de ratificatie in 1990 van het Europees sociaal handvest, is het stakingsrecht in de openbare sector wettelijk erkend. Voordien was enkel de weerslag van de werkstaking op geldelijk vlak geregeld d.m.v. een ministeriële circulaire.

Sinds 1998 mogen rijkswachters aansluiten bij de interprofessioneel georganiseerde vakbeweging. Voordien mochten zij enkel aansluiten bij categoraal georganiseerde bonden. Op die manier kan ACV - Openbare Diensten optreden voor alle groepen van het overheidspersoneel.

Toekomst

Het leven staat niet stil. Alles verandert voortdurend, vlugger zelfs dan vroeger, ook voor werknemers.

Je hoort wel eens: 'zijn die vakbonden nog wel nodig ?' of 'wat kunnen ze eigenlijk nog bereiken ?'. 'Que sera, sera' kan je misschien denken. Maar wat de toekomst brengt, is niet neutraal voor werknemers.
Ga maar even na:
  • Het zijn meestal gewone werknemers die de klos zijn bij herstructureringen of privatisering.
  • Flexibele uurregelingen én verloningen, nieuwe evaluatiestelsels en externe consulting-bureaus maken opgeld.
  • Kinderbijslag, ziekteverloven, pensioenen en sociale uitkeringen ... zomaar vanzelfsprekend?
  • Werk zoeken en vinden is lang niet evident; werkzekerheid evenmin.
  • ...
''t Ja, allemaal goed en wel' is geen antwoord. Natuurlijk, 't is altijd makkelijker anderen de kastanjes uit het vuur te laten halen. Maar aan je toekomst bouwen, betekent 'handen uit de mouwen steken'. Dat is onze opdracht, ons doel.

Willen we sociale verworvenheden behouden en verbeteren, dan moet de vakbond blijven knokken. Wellicht moeten we ons spel aanpassen aan de tijd. Maar inzet en spelers blijven eigenlijk gelijk, ... gisteren, vandaag en morgen.

Die dubbele aanpak dient verder uitgebouwd en versterkt.
Vooral door meer aanwezig te zijn op het terrein, door je als lid beter te informeren en te betrekken.

Zo schrijven mensen, steunend op gisteren, samen hun verhaal ... slaan ze bruggen voor de toekomst. Alleen beweging geeft perspectief ! Want het einde ... is het einde niet.

Tewerk gaan als een eigentijdse en dynamische vakbond, zijn we aan onze leden verplicht.

ACV - Openbare Diensten, ... de uitdaging blijft !
 
Diverse
Bezwaarschrift
Brochures FOD
De Nieuwe Tijd
Documenten
Examens
Familiaal Nieuws
Fedmail
Formulieren
Gastenboek
Groep Justitie
Index
Justitiehuizen
Links
Medex
Ontwikkelcirkels
Persmededelingen
Schoolvakanties
Selor
Voorbereiding PBA
Voorbereidingen
Weddenschalen
Zitdag Justitie

Inloggen
=> Inloggen
=> Registreren
=> Paswoord vergeten?



Vragen & Problemen - Webmasters
Hosting, Design and Programming by Hosting-Garage.Com & Voetbalkrant.Com.